Zo geef je een killer presentation

Breekt het zweet je uit als je alleen al denkt aan het spreken voor een zaal? Je bent zeker niet de enige. Maar een goede presentatie hoeft helemaal niet lastig te zijn. Zeker als je je houdt aan een paar basisregels voor een echte
‘Killer Presentation’. Als je je publiek weet te boeien en als je toehoorders de presentatie echt leuk vinden, dan vind je zelf het presenteren ook veel aangenamer en gaat je presentatie veel gemakkelijker. We hebben een paar tips voor je verzameld zodat je zelf ook een ‘Killer Presentation’ kunt geven.

Vragen en een verhaal

Zorg dat je niet tegen je publiek praat, maar met je publiek. Je presentatie mag – nee, moet – interactief zijn. Je hoeft niet te wachten op vragen van toehoorders, want door zelf een vraag te stellen, betrek je ze bij je presentatie. Moet je spreken voor een groep klanten, dan geef je ze op deze manier het gevoel dat zij centraal staan. Jouw bedrijf of product wordt in de presentatie een oplossing voor een probleem van de klant.

Maak van je presentatie een leuk verhaal, want mensen luisteren veel liever naar verhalen dan naar een saaie voordracht. Wil je een goede presentator worden, dan moet je een echte verhalenverteller zijn. Een goed verhaal heeft een begin, midden en einde en als verhalenverteller neem je je publiek aan de hand mee van stap naar stap. Geef in het begin zoveel mogelijk informatie, zodat je toehoorders begrijpen wat er aan de hand is en snappen wat het probleem is dat opgelost moet worden. Gebruik hiervoor ongeveer vijftien procent van je tijd.

Het midden van je verhaal beslaat ongeveer driekwart van de tijd. Geef duidelijk aan dat je hier bent aanbeland, door zinnen als “Nu we het probleem hebben beschreven,” of “En nu zal ik het hebben over de oplossing”. Hierdoor begrijpt het publiek dat ze bij het volgende deel zijn aanbeland.

Tot slot geef je je publiek een korte samenvatting in ongeveer tien procent
van je tijd. Ook hier vertel je weer dat je bij dit punt van je presentatie bent aanbeland.

De juiste toon en houding

Als een komiek een grap vertelt, ligt de hele zaal dubbel. Vertel jij echter precies diezelfde grap met dezelfde details een dag later aan je vrienden, dan is het effect minder spectaculair. Het belangrijkste verschil is waarschijnlijk de intonatie. De manier waarop je het verhaal vertelt is als de achtergrondmuziek bij een film. Waar je verhaal verschillende kanten op kan gaan, kan ook je toonhoogte veranderen en dat geldt ook voor volume en snelheid. Op momenten dat het interessanter wordt, kun je je spraak daarop aanpassen en zelfs naar een climax toewerken. Vervolgens vertraag je weer een beetje om de luisteraars een momentje van rust te gunnen.

Je merkt het zelf waarschijnlijk niet wanneer je ‘euh’ of ‘ah’ zegt. Je publiek heeft dat wel in de gaten en in het ergste geval gaat iemand in het publiek tellen hoe vaak je dat doet. Probeer er zelf eens op te letten en las een korte adempauze in wanneer je ‘uhmmm’ zou willen zeggen. Het lijkt wat vreemd, maar je toehoorders merken het waarschijnlijk niet eens.

Non-verbale communicatie is bijna belangrijker dan je verhaal. Blijf rechtop staan en stel jezelf ook fysiek open. Op die manier kom je veel overtuigender over. En als je niet per se achter een spreekgestoelte met microfoon hoeft te staan, loop dan gerust een beetje op en neer. Je hoeft echt niet zo druk te rennen als Steve Ballmer van Microsoft, maar gebruik de ruimte op het podium. Dat podium ligt er voor jou!

Visuele elementen

Iedereen kent wel de typische powerpointpresentaties waar alle informatie
verwerkt is in tientallen dia’s. Hoewel iedereen eigenlijk wel weet dat dia’s het verhaal moeten ondersteunen en niet het hele verhaal vertellen, worden er nog steeds presentaties gemaakt met ontzettend veel tekst.

Je publiek is echter helemaal niet naar je presentatie gekomen om je
tekst te kunnen lezen. Nee, ze zijn gekomen om jou te horen spreken. Laat de visuele elementen van je presentatie dus vooral je verhaal ondersteunen. Zorg voor leuke afbeeldingen en nuttige grafische elementen. Afhankelijk van het soort presentatie zijn er twee verschillende
regels waar je je aan kunt houden:

De 10/20/30-regel: deze regel geldt voor ondersteunend beeldmateriaal bij een verhaal. Je presentatie mag maximaal tien dia’s bevatten en twintig minuten duren. Gebruik je tekst in je dia’s, dan mag die niet kleiner dan tekengrootte dertig. Die tekst kan soms ook dienen als geheugensteuntje voor jou als presentator. Het uitgebreide verhaal, dat vertel je zelf.

De 20/20-regel: deze regel pas je toe op een korte presentatie waarbij het beeldmateriaal een grotere rol speelt. Maak twintig dia’s en laat iedere dia maximaal twintig seconden zien. Zo zorg je voor een vlotte presentatie die nooit saai wordt.

Goede voorbereiding

Een goede presentatie staat of valt met een goede voorbereiding. Zorg dat je je presentatie van tevoren een paar keer hebt geoefend. Niemand is meteen een geboren presentator en iedereen heeft het moeten leren. En net zoals de meeste vaardigheden, leer je presenteren ook door veel te oefenen. Je hoeft niet dagenlang je presentatie te herhalen, zoals Steve Jobs dat graag deed, maar zorg wel dat je de materie uit je hoofd kent en dat je goed voorbereid bent.

Bij een goede voorbereiding hoort ook dat je op tijd aanwezig bent. Niet zelden gaan er op het laatste moment allerlei zaken mis. De draadloze microfoon werkt bijvoorbeeld niet goed, of de beamer ondersteunt de resolutie van je laptop niet. Tot overmaat van ramp blijkt dat een andere laptop die op locatie klaarligt jouw bestand – of zelfs je hele usb-stick – niet wil lezen. Iedereen heeft dit soort problemen wel eens meegemaakt bij een presentatie.

Je kunt deze vervelende situaties voorkomen als je op tijd arriveert en op alles voorbereid bent. Met je presentatie niet alleen op een goede usb-stick, maar ook op je laptop. Van die laptop heb je de vorige dag nog alle software geüpdatet en de batterij opgeladen. Heb je speciale kabels of adapters nodig voor beeld of geluid, zorg dan dat ze altijd in je tas zitten. Er komt een dag dat je ze nodig hebt bij een presentatie.

Op die manier kun je eventuele problemen voorkomen. En als er toch iets verkeerd gaat, dan heb je nog de tijd op het probleem op te lossen. En als het niet verkeerd gaat, lees je gewoon nog een keer je materiaal door terwijl je rustig geniet van een kop koffie of thee. Zo begin je veel zelfverzekerder aan je presentatie.

Geef een reactie